Overval nummero twee

We zijn in Pipa, een stranddorpje in Noord-Brazilie, misschien wel beroemder dan Pippa Middleton, in ieder geval zeker zo oud. Sinds onze beroving zijn we voorzichtig geworden, maar de locals vertellen ons; "door Pipa loop je veiliger dan door je eigen achtertuin!"

Wij hebben in NL slechts een balkon en daar kan je vrij weinig gebeuren, maar toch, verzekert men; "het is hier zeker zo veilig als op jullie balkon."

Goed, veilig genoeg om op klaarlichte dag, zo rond een uur of vier, een wandelingetje te maken van playa d'amor naar playa centro zou je denken. We sjokken een beetje sloom van de hitte door het mulle zand, klauteren over de zwarte rotsen en dan ineens, vanachter een rots, overvalt een man met een mes ons met zijn aanwezigheid en later van onze bezittingen. We spreken geen zin Portugees, maar "je geld of je leven" in die taal klinkt inmiddels bekend.

Toch geven we niet direct alles, we hebben geen geld bij ons en staan wat te twijfelen voor zijn neus. Dat bevalt onze overvaller niks en voor we het weten heeft hij R. met zijn mes geprikt. "Je tas" sist hij, en dan begrijpen we, in tegenstelling tot onze vorige berover is deze jongen wel uit op onze tassen waar hij mijn mobiel en wat zonnebrand, boeken en schriften zal vinden.

Wij geven hem wat hij wil en hij verdwijnt van achter de rots in de struiken die hem eerder al onzichtbaar maakten. "Wat een ideale plek voor een overval" denk ik nog voordat ik in woede uitbarst.

De achtervolger (ik)

Het aanzien van iemand die R. pijn doet maakt mij blind van woede. Voor ik het weet heb ik een achtervolging ingezet, terwijl R. als vastgenageld aan de grond blijft staan en roept: `Niet doen! Voorzichtig!´                              Ik luister amper en smeek een Nederlandse man die voorbij loopt of hij met me mee door de struiken wil kruipen waarin de jongen met onze tassen is gevlucht. Hij wil dat wel voor me doen. Waar we uitkomen is het een warboel van zanderige paden, omsloten door struikgewassen en hoge bomen. Het is er geheimzinnig.

Ineens lijkt de Nederlander bang, hij zegt: ´Je overvaller kan hier achter ieder bosje zich verschuilen, met zijn mes.`

Ik knik en zeg dat ik dat hoop omdat ik hem dan zal aanvallen en onze spullen zal terugpakken. De Nederlander vindt het verstandiger terug te keren naar het strand en dan aangifte te doen. Het doolhof van paden in het bos is geen plek alleen te zijn.

´Maar we zijn samen hier´ zeg ik.

´Daarnet was je ook samen met je vriendin´ zegt de Nederlander. ´Die overvaller is nergens bang voor.´

Ik druip af en bedenk me dat hij in ieder geval niet bang hoeft te zijn voor deze man, nee.

´En?´ vraagt R. gespannen als we uit de bosjes komen.

`Niks` zeg ik verslagen en ik huil ineens zo hard en lang dat we zouden kunnen zwemmen in mijn tranen. Naakt dan, want onze bikini´s zaten ook in onze tassen.

Let´s meet at 3 Brazilian time

Dan kun je net zo goed zeggen: laten we elkaar vanavond zien, of een dezer dagen of volgende maand! Maar met deze losse omgang met de tijd zijn wij nog niet zo bekend, we zijn pas net in Rio gearriveerd.

Helemaal gehaast en braaf op tijd komen wij om 3 uur aan in het restaurant Porcao waar wij hebben afgesproken met Tuca, een vriend van E. die zo´n beetje de helft van het onroerend goed in Rio bezit en ons eerder al zijn auto en appartement in Leblon aanbood. Een lucratieve vriend om het zo te zeggen.

In Porcao wordt het vlees je aan je tafel aan het spit aangeboden en de rekening je na afloop op een gouden schaaltje gepresenteerd. Geen plek om te eten als je zelf betaald, vooral niet als je na een week reizen al ver je budget bent overschreden. Maar goed, als vrouw in Brazilie betaal je niet, dat is hier iets vanzelfsprekends, dus heel ontspannen wachten we op Tuca aan de prachtig gedekte tafel.

Wanneer Tuca na een anderhalf uur wachten nog steeds schittert in afwezigheid vragen wij ons benauwd af wat we doen mocht Tuca onze afspraak vergeten zijn. Gegeneerd besluiten we maar om buiten verder te wachten. Op een bankje voor het restaurant voelen we ons net een drietal uitgerangeerde gezelschapsdames.

Gelukkig arriveert Tuca dan eindelijk om een uur of 5. Zonder excuses maar met veel gezelligheid brengt hij ons naar zijn vaste tafel. Het is even wennen, maar een aantal weken later zullen we zo gewend zijn aan deze manier van leven, dat we geen horloge meer gebruiken en geduldig kunnen wachten zonder onrustig te worden, zelfs als het is tot we een ons wegen.

typische type´s

In Jericoacoara, een plek waar backpackers en hippe Brazilianen gewoonlijk langer blijven dan gepland, hebben wij het net als iedereen geweldig.

We beleven vooral een hoop culinaire hoogtepunten, voor het eerst kunnen we weer borrelen met salami en kaas onder bomen met lampionnetjes op tafeltjes van mozaiek en eten we dagen aan een stuk verse vis. En dan niet alleen sardientjes of dorade´s, nee ook kreeft en krabben, zo uit de zee. Na een lange wandeling door een beschermd natuurgebied ontmoeten we in zo´n krabbenrestaurant een Nederlandse familie. Typisch. Denk je op het meest verloren plekje ter wereld te zijn, vind je er altijd landgenoten.

Het is een gezin met 1 zoon, Joep. Joep besloot 3 jaar geleden als `jaar weg` zoals dat populair heet, stage te gaan lopen in Jeri bij het befaamde hotel, Blue Mosquito. Hij werd een geliefd receptionist. In de lokale supermarkt ontmoette hij cassiere Leni en ze werden grenzeloos verliefd. Nu pendelde Joep al 3 jaar tussen Nederland en Jeri, in afwachting op Leni, die in Jeri druk oefende op haar Nederlands; voor een eventuele inburgeringscursus noodzakelijk. Zes dagen per week werkten ze, op hun vrije dag bezochten ze Leni´s ouders in een nabijgelegen dorpje. En nu waren er dan voor het eerst de ouders van Joep, 2 oudere jongeren uit Helmond die na hun bezoek van 4 dagen al precies wisten wat typisch Jeri was en wat niet.

Onze wandeling was niet ´typisch Jeri´, want het gevaar lag hier ook in het beschermde natuurgebied op de loer. Beter kon je ervoor kiezen een buggy te huren, dat was ´typisch Jeri´ en zo waren zij dan ook gearriveerd in het krabbenrestaurant. Criminaliteit was helaas heel typisch hier, dus het was uitkijken geblazen, vooral ´s avonds. En net als iedereen had de vader van Joep zich aan het surfen gewaagd. ´Niks voor mij´ zei de moeder van Joep lachend, ´maar typisch Kees, om alles te willen uitproberen´. Oh het waren een paar heerlijke uren daar in het krabbenrestaurant, waar we zo veel krabben aten als we opkonden en luisterden naar de do´s en don´ts van deze mensen. Uiteindelijk boden ze gul aan dat we hun buggy konden delen. Ze zouden ons met plezier afzetten bij onze Pousada, mochten we dat willen. Nou, met 10 kilometer in de benen wilden wij niets liever en met zijn allen keerden we terug naar het dorpscentrum.

Daar aangekomen vroegen ze ons aardig om een bijdrage van 30 real. R. en ik keken hun verbaasd aan. Typisch Hollands zou je zeggen als dat niet saai begon te worden.  

De achtervolger (ik)

Het aanzien van iemand die R. pijn doet maakt mij blind van woede. Voor ik het weet heb ik een achtervolging ingezet, terwijl R. als vastgenageld aan de grond blijft staan en roept: `Niet doen! Voorzichtig!xb4                              Ik luister amper en smeek een Nederlandse man die voorbij loopt of hij met me mee door de struiken wil kruipen waarin de jongen met onze tassen is gevlucht. Hij wil dat wel voor me doen. Waar we uitkomen is het een warboel van zanderige paden, omsloten door struikgewassen en hoge bomen. Het is er geheimzinnig.

Ineens lijkt de Nederlander bang, hij zegt: xb4Je overvaller kan hier achter ieder bosje zich verschuilen, met zijn mes.`

Ik knik en zeg dat ik dat hoop omdat ik hem dan zal aanvallen en onze spullen zal terugpakken. De Nederlander vindt het verstandiger terug te keren naar het strand en dan aangifte te doen. Het doolhof van paden in het bos is geen plek alleen te zijn.

xb4Maar we zijn samen hierxb4 zeg ik.

xb4Daarnet was je ook samen met je vriendinxb4 zegt de Nederlander. xb4Die overvaller is nergens bang voor.xb4

Ik druip af en bedenk me dat hij in ieder geval niet bang hoeft te zijn voor deze man, nee.

xb4En?xb4 vraagt R. gespannen als we uit de bosjes komen.

`Niks` zeg ik verslagen en ik huil ineens zo hard en lang dat we zouden kunnen zwemmen in mijn tranen. Naakt dan, want onze bikinixb4s zaten ook in onze tassen.

Letxb4s meet at 3 Brazilian time

Dan kun je net zo goed zeggen: laten we elkaar vanavond zien, of een dezer dagen of volgende maand! Maar met deze losse omgang met de tijd zijn wij nog niet zo bekend, we zijn pas net in Rio gearriveerd.

Helemaal gehaast en braaf op tijd komen wij om 3 uur aan in het restaurant Porcao waar wij hebben afgesproken met Tuca, een vriend van E. die zoxb4n beetje de helft van het onroerend goed in Rio bezit en ons eerder al zijn auto en appartement in Leblon aanbood. Een lucratieve vriend om het zo te zeggen.

In Porcao wordt het vlees je aan je tafel aan het spit aangeboden en de rekening je na afloop op een gouden schaaltje gepresenteerd. Geen plek om te eten als je zelf betaald, vooral niet als je na een week reizen al ver je budget bent overschreden. Maar goed, als vrouw in Brazilie betaal je niet, dat is hier iets vanzelfsprekends, dus heel ontspannen wachten we op Tuca aan de prachtig gedekte tafel.

Wanneer Tuca na een anderhalf uur wachten nog steeds schittert in afwezigheid vragen wij ons benauwd af wat we doen mocht Tuca onze afspraak vergeten zijn. Gegeneerd besluiten we maar om buiten verder te wachten. Op een bankje voor het restaurant voelen we ons net een drietal uitgerangeerde gezelschapsdames.

Gelukkig arriveert Tuca dan eindelijk om een uur of 5. Zonder excuses maar met veel gezelligheid brengt hij ons naar zijn vaste tafel. Het is even wennen, maar een aantal weken later zullen we zo gewend zijn aan deze manier van leven, dat we geen horloge meer gebruiken en geduldig kunnen wachten zonder onrustig te worden, zelfs als het is tot we een ons wegen.

typische typexb4s

In Jericoacoara, een plek waar backpackers en hippe Brazilianen gewoonlijk langer blijven dan gepland, hebben wij het net als iedereen geweldig.

We beleven vooral een hoop culinaire hoogtepunten, voor het eerst kunnen we weer borrelen met salami en kaas onder bomen met lampionnetjes op tafeltjes van mozaiek en eten we dagen aan een stuk verse vis. En dan niet alleen sardientjes of doradexb4s, nee ook kreeft en krabben, zo uit de zee. Na een lange wandeling door een beschermd natuurgebied ontmoeten we in zoxb4n krabbenrestaurant een Nederlandse familie. Typisch. Denk je op het meest verloren plekje ter wereld te zijn, vind je er altijd landgenoten.

Het is een gezin met 1 zoon, Joep. Joep besloot 3 jaar geleden als `jaar weg` zoals dat populair heet, stage te gaan lopen in Jeri bij het befaamde hotel, Blue Mosquito. Hij werd een geliefd receptionist. In de lokale supermarkt ontmoette hij cassiere Leni en ze werden grenzeloos verliefd. Nu pendelde Joep al 3 jaar tussen Nederland en Jeri, in afwachting op Leni, die in Jeri druk oefende op haar Nederlands; voor een eventuele inburgeringscursus noodzakelijk. Zes dagen per week werkten ze, op hun vrije dag bezochten ze Lenixb4s ouders in een nabijgelegen dorpje. En nu waren er dan voor het eerst de ouders van Joep, 2 oudere jongeren uit Helmond die na hun bezoek van 4 dagen al precies wisten wat typisch Jeri was en wat niet.

Onze wandeling was niet xb4typisch Jerixb4, want het gevaar lag hier ook in het beschermde natuurgebied op de loer. Beter kon je ervoor kiezen een buggy te huren, dat was xb4typisch Jerixb4 en zo waren zij dan ook gearriveerd in het krabbenrestaurant. Criminaliteit was helaas heel typisch hier, dus het was uitkijken geblazen, vooral xb4s avonds. En net als iedereen had de vader van Joep zich aan het surfen gewaagd. xb4Niks voor mijxb4 zei de moeder van Joep lachend, xb4maar typisch Kees, om alles te willen uitproberenxb4. Oh het waren een paar heerlijke uren daar in het krabbenrestaurant, waar we zo veel krabben aten als we opkonden en luisterden naar de doxb4s en donxb4ts van deze mensen. Uiteindelijk boden ze gul aan dat we hun buggy konden delen. Ze zouden ons met plezier afzetten bij onze Pousada, mochten we dat willen. Nou, met 10 kilometer in de benen wilden wij niets liever en met zijn allen keerden we terug naar het dorpscentrum.

Daar aangekomen vroegen ze ons aardig om een bijdrage van 30 real. R. en ik keken hun verbaasd aan. Typisch Hollands zou je zeggen als dat niet saai begon te worden.  

De weinig lucratieve achtervolging

Het aanzien van iemand die R. pijn doet vervult me van zo'n woede dat ik besluit mijn achtervolging in

Gestoord(e) op het strand, (onze eerste overval)

We besluiten vandaag te gaan wandelen. Het weer is heerlijk, we zijn zo oud nog niet en na onze trekking hebben we het weinig meer gedaan. We missen het. Met wat broodjes en veel water in onze tassen vertrekken we oostwaarts over het strand, richt Preia, een klein dorpje waar we vis willen eten, vers uit de zee.

Onderweg rusten we even in een schaduw van een rots. We spreiden een grote doek, gaan liggen en zingen: "het geeft niet als je mij nu het liefste verrot zou slaan" van Acda en de Munnik met onze ogen dicht. De omgeving hier maakt een mens rustig.

Dan ineens wordt ons gezang verstoord door een uitroep van een man. Ik ga rechtop zitten en zie hem met felle passen op ons aflopen. "Je geld!" schreeuwt hij in Portugees. We begrijpen hem niet meteen en maken geen aanstalten. "No?" zegt hij dan met een angstaanjagende grijns en zijn hand verdwijnt opzichtig in zijn broek waar hij (zo schijnt) een pistool heeft zitten.

Ik schrik nu echt, grijp in mijn tas naar ons geld, geef hem alles wat we hebben en bid dat hij meteen weg zal gaan. Dat doet hij. Terwijl hij: "no police!" roept rent hij weg. R. en ik staan als in een roes op, kloppen de doek uit, pakken onze spulletjes en begeven ons vlug weer westwaarts. Ik grijp R. haar hand en hoop dat ze niet al te erg geschrokken is. Ik ben zelf wat lacherig van de spanning.

"Het ging te snel om het je echt te herinneren" zegt R. en ik knik.

Later belt mijn vader me om te vragen hoe het met me gaat en ik vertel hem dat het niet goed gaat door wat ons net is overkomen. Ik voel me schuldig, hij maakt zich vast vreselijk zorgen. Zo'n antwoord verwacht je niet. Het valt mee. Papa vraagt op grappige toon naar de schade, of het geld van mij of van R. was, (uit de pot) en besluit tenslotte "Tsja, in dit soort situaties moet je je verlies durven pakken."

Nou, wat een durfallen zijn we geweest inderdaad!

as-sah-ie

Als ik eenmaal dol ben op iets dan kan ik er geen genoeg van krijgen.

Hoe zeer ik dit heb met eten is opvallend. In Nederland eet ik, mits het seizoen het toelaat, het liefst en voornamelijk asperges als avondeten met paprikasoep vooraf. Als ik kook wordt me vaak verzocht niet wéér paprikasoep te maken, en natuurlijk, van tijd tot tijd houd ik daar rekening mee. Het is misschien wat saai, maar ik blijf graag trouw aan dat wat ik lekker vind.

Hier in Brazilie heb ik mijn nieuwe gerecht gevonden: acai. Het is een sorbetachtige pap van de blauwpaarse acaibessen uit de amazone, en met wat granola en honing erdoor heb je de lekkerste lunch. Dat je tanden er zo blauw van worden dat het lijkt alsof je wat te hard aan de rode wijn hebt gelurkt, weerhoudt mij er niet van acai te eten, zoals ik ook nooit een glas rode wijn zou laten staan om dit luttele feit.

Gewoon wat minder lachen.

(Als R. voor je ogen en die van de rest van de strandtent dansjes doet in haar bikini en gilt ''ieeeedereen kijkt hihihihi'' terwijl je acai eet, dan ben je dus verloren.)

Gestoord(e) op het strand, (onze eerste overval)

We besluiten vandaag te gaan wandelen. Het weer is heerlijk, we zijn zo oud nog niet en na onze trekking hebben we het weinig meer gedaan. We missen het. Met wat broodjes en veel water in onze tassen vertrekken we oostwaarts over het strand, richt Preia, een klein dorpje waar we vis willen eten, vers uit de zee.

Onderweg rusten we even in een schaduw van een rots. We spreiden een grote doek, gaan liggen en zingen: "het geeft niet als je mij nu het liefste verrot zou slaan" van Acda en de Munnik met onze ogen dicht. De omgeving hier maakt een mens rustig.

Dan ineens wordt ons gezang verstoord door een uitroep van een man. Ik ga rechtop zitten en zie hem met felle passen op ons aflopen. "Je geld!" schreeuwt hij in Portugees. We begrijpen hem niet meteen en maken geen aanstalten. "No?" zegt hij dan met een angstaanjagende grijns en zijn hand verdwijnt opzichtig in zijn broek waar hij (zo schijnt) een pistool heeft zitten.

Ik schrik nu echt, grijp in mijn tas naar ons geld, geef hem alles wat we hebben en bid dat hij meteen weg zal gaan. Dat doet hij. Terwijl hij: "no police!" roept rent hij weg. R. en ik staan als in een roes op, kloppen de doek uit, pakken onze spulletjes en begeven ons vlug weer westwaarts. Ik grijp R. haar hand en hoop dat ze niet al te erg geschrokken is. Ik ben zelf wat lacherig van de spanning.

"Het ging te snel om het je echt te herinneren" zegt R. en ik knik.

Later belt mijn vader me om te vragen hoe het met me gaat en ik vertel hem dat het niet goed gaat door wat ons net is overkomen. Ik voel me schuldig, hij maakt zich vast vreselijk zorgen. Zo'n antwoord verwacht je niet. Het valt mee. Papa vraagt op grappige toon naar de schade, of het geld van mij of van R. was, (uit de pot) en besluit tenslotte "Tsja, in dit soort situaties moet je je verlies durven pakken."

Nou, wat een durfallen zijn we geweest inderdaad!

as-sah-ie

Als ik eenmaal dol ben op iets dan kan ik er geen genoeg van krijgen.

Hoe zeer ik dit heb met eten is opvallend. In Nederland eet ik, mits het seizoen het toelaat, het liefst en voornamelijk asperges als avondeten met paprikasoep vooraf. Als ik kook wordt me vaak verzocht niet wxe9xe9r paprikasoep te maken, en natuurlijk, van tijd tot tijd houd ik daar rekening mee. Het is misschien wat saai, maar ik blijf graag trouw aan dat wat ik lekker vind.

Hier in Brazilie heb ik mijn nieuwe gerecht gevonden: acai. Het is een sorbetachtige pap van de blauwpaarse acaibessen uit de amazone, en met wat granola en honing erdoor heb je de lekkerste lunch. Dat je tanden er zo blauw van worden dat het lijkt alsof je wat te hard aan de rode wijn hebt gelurkt, weerhoudt mij er niet van acai te eten, zoals ik ook nooit een glas rode wijn zou laten staan om dit luttele feit.

Gewoon wat minder lachen.

(Als R. voor je ogen en die van de rest van de strandtent dansjes doet in haar bikini en gilt ''ieeeedereen kijkt hihihihi'' terwijl je acai eet, dan ben je dus verloren.)

Het hangt in de lucht.

Zie je vandaag een vogel, en meteen daarna een bij?

Dan kun je gerust geloven, ze brengen een groet van mij.

Het hangt in de lucht.

Zie je vandaag een vogel, en meteen daarna een bij?

Dan kun je gerust geloven, ze brengen een groet van mij.

Vergeten te zeggen

Zelfs je handschrift ontroert me.

Vergeten te zeggen

Zelfs je handschrift ontroert me.

Vandaag is zo’n dag.

Sttt…. hoor je het? Een kind loopt hand in hand met zijn vader op straat. Zachtjes vertelt het een verhaal. Ze lachen. Wat? Ze schateren het uit. Het koffiezetapparaat maakt lekkere geluiden. Schuim is zo gemaakt. Je opent de deuren naar je balkon. Zucht mee met de wind.

Is er iemand die vandaag niet zo’n soort dag vindt?

Vandaag is zox92n dag.

Sttt…. hoor je het? Een kind loopt hand in hand met zijn vader op straat. Zachtjes vertelt het een verhaal. Ze lachen. Wat? Ze schateren het uit. Het koffiezetapparaat maakt lekkere geluiden. Schuim is zo gemaakt. Je opent de deuren naar je balkon. Zucht mee met de wind.

Is er iemand die vandaag niet zox92n soort dag vindt?

Daar wil je toch niet bijhoren, bij die Parijse jetset? Toch?

We zijn naar de film geweest; Les petits mouchouirs.

Iedereen in die film is ofwel heel interessant en succesvol, ofwel heel erg knap en één iemand is homoseksueel.

Na afloop lopen we de film uit. Beduusd.

Wat een leuke mensen bij elkaar zeg, wat een vriendschappen. Wow. Daar steken wij met z'n allen toch wat schril bij af.

Er wordt nog even een sigaret gerookt en we praten na.

Ik probeer;

"Als je ons nou zou filmen kreeg je wel een soortgelijk beeld, toch?"

Vriendin Q. vraagt het zich hardop af;

"Mmmmm, denk je??"

"Uh.. nee, eigenlijk niet," zeg ik, terwijl ik om me heen kijk.

Wij missen net het exotische kleurtje van de vrouwen uit de film. Maar wat wil je, wij wonen ook niet in Parijs en kunnen nu eenmaal niet om de haverklap naar Bordeaux. Onze aangeboren Hollandse boerigheid werkt misschien ook niet helemaal in ons voordeel. Als je ons zou filmen, dan zou vooral opvallen dat we, anders dan de Parijse vrouwen, altijd net te hard en te veel praten. Bovendien speelt niemand van ons gitaar, dus die vlieger gaat ook niet op.

Ik concludeer; "Maar dat komt omdat wij het niet allemaal met elkaar doen."

Vriendin Q. knikt:

"Ja, en als je het mij vraagt: ik zou ook eigenlijk helemaal niet in die groep willen zitten."

Ze zucht.

"Denk ik."

Poging tot contact

Woensdagmiddag- ik zit in de werkgroep.

Alleen. Althans, niet mét iemand, hoewel het lokaal meer dan vol is.

Had me nog zo voorgenomen om dit semester in ieder geval één contact te leggen.

Een zogenoemde ''werkgroepmaat'' waarmee ik koffie kon gaan halen, en die wellicht kon uitgroeien tot een "vriend uit de werkgroep.' Waar ik uiteindelijk niets meer van wilde dan zijn aantekeningen. Tenminste, werkte het niet zo?

Goed, ik deed die woensdagmiddag een poging.

Een jongen 3 stoelen naast me had zijn laptoptas, met daarop met grote letters PriceWaterhouseCoopers, uitgestald op zijn tafel.

Daar zag ik een opening:

"Uh.. Werk je bij PwC?'"

Ik keek de jongen vragend aan. Iedereen leek me te hebben gehoord, behalve de jongen zelf. Hij keek voor zich uit.

"Uhh… jongen? Werk je bij PwC?"

"Wie ik?" De jongen keek vragend.

"Oh.. ik nam aan dat…" Ik wees naar zijn tas.

Hij streek over zijn tas met zijn lange dunne vingers, die zo wit waren als de muren van het lokaal.

"Als ik nu mijn laptop in een Albert Heijn tasje had gedaan, had je dan ook gedacht dat ik bij de Albert Heijn achter de kassa werkte?"

Ik veinsde een lach. Verkeerde jongen uitgekozen. Ik zei: "Ik dacht al! Ik heb daar ook gewerkt, maar nooit zo'n tas gekregen!"

De jongen ging nu rechtop zitten.

"Relatiegeschenk van mijn vader."

Ik knikte. Relaxed voor hem, ik krijg af en toe een paar tandenborstels mee naar huis, maar dat was het dan ook wel.

Wat mij betreft was het gesprek beeindigd dus ik bekeek mijn agenda met een aandacht die ik beter bij de colleges kon houden.

De jongen zat ineens op de praatstoel. "Ik vind het niet interessant dat er PwC opstaat, op mijn tas."

Ik bleef staren naar mijn agenda. Ik vond dat ook niet interessant als hij dat soms dacht, het was gewoon een opening geweest… een póging.

"Sterker nog, als Loyens en Loeff met zo'n stevige tas op de markt komt, dan ben ik bereid voortaan met die tas te lopen."